Havermout voor Thomas

Havermout voor Thomas

Het is zaterdagmorgen 3 oktober 2015.

“Heb je havermout?”, vroeg Thomas die ochtend.

“Nee”, moest ik antwoorden. Maar Ik hou niet van “nee” verkopen. “Ik heb wel Brinta… Lust je Brinta?” Ja, je weet het niet met Brinta: sommige kinderen konden er vroeger niet genoeg van krijgen. Aten wel twee of drie borden, als moeder ze die kans bood. Maar anderen kregen bij het idee van een pap Brinta spontaan kots neigingen. Kortom, je moet er voorzichtig mee zijn, wanneer je je gast dat aanbiedt. Maar Thomas, zo begreep ik, had dat hard nodig; want Thomas deed aan krachtsporten en hij overnachtte hier bij ons om in Apeldoorn aan een toernooi deel te nemen. Dus ’s morgens bij  het ontbijt was er werk aan de winkel. Heel belangrijk was dat ie voldoende calorieën en koolhydraten naar binnen kreeg. Vandaar die vraag naar havermout! En ik dacht: O jee, hij heeft het niet bij zich en hij moet echt één of meer borden havermout eten. En dan zou je daar als gastheer staan met een mond vol tanden! Vandaar mijn Brinta-aanbod  als redelijk alternatief.
“O, Brinta is OK!”, zei Thomas en verheugde zich kennelijk bij voorbaat op zo’n bord stevige kost. Enfin, hij blij, ik blij. En ik dook in de kastjes op zoek naar het Brintapak; want ik wist dat dat ergens in een van die keukenkastjes stond. Ja, daar stond het al een hele tijd, misschien al meerdere jaren. En inderdaad, het pak stond er nog. En wat zag het er keurig uit. Het leek wel nieuw alsof ik het de dag ervoor bij Appie gekocht had. Kortom, niks aan de hand, even een stoel gepakt en het fraaie gele pak met de opdruk BRINTA op het aanrecht gekwakt. Zo, nu zou ik weer eens ouderwets een stevig bord Brinta klaarmaken. Ineens realiseerde ik me hoe ambivalent ik vroeger tegenover dat spul stond. Eerlijk, als kind vond ik het echt lekker. Ik smikkelde zo een vol bord op. En toch had ik ook zo m’n bedenkingen. Ik heb het te veel gegeten, te vaak. Kijk, en dat is ook niet goed. Ik moet er op den duur een afkeer van hebben gekregen. Dus, daar had je het nu. Dat pak was in zekere zin verdacht. Maar wacht eens, dacht ik, is dit nog wel te consumeren?? Twijfel sloeg toe. Dan maar eens even kijken naar de HOUDBAARHEIDSDATUM. Jezus, 5 augustus 2013. Dat was meer dan twee jaar geleden! In mijn ongebreidelde fantasie zag ik de tarwewormen (bestaan die?) al door het pak kruipen. Met enige argwaan opende ik het Brintapak: geen worm te bekennen. Maar wat zei dat? Die hadden zich  natuurlijk verstopt in de vezels. Een vreselijk idee. Nee, hier kon ik voor Thomas geen pap van koken. Het werd opnieuw “nee” verkopen. Maar, hoor, hoor, wat bleek? Onze topsporter had zelf een hele doos havermoutvlokken bij zich. En zo werd het toch een stevig bord havermout pap.  Heerlijk!