Kees

In het dagelijkse leven doet hij zijn naam geen eer aan. Aan ‘Klaar is Kees’ doet ie namelijk niet. Maar verder is Kees een man naar mijn hart. Joviaal, blijmoedig, altijd optimistisch. Een man van savoir vivre en daardoor een goede vriend, die ik af en toe nodig heb. Dan komt ie, als ik het niet meer zie zitten met opmerkingen als: Kareltje, wel erin blijven geloven, hè!

Kees kwam logeren vanuit Brabant. Gewoon omdat hij hier moest solliciteren. Hij was in een of andere gemeente burgemeester. En nu denken jij en ik, dat zo iemand daarna niet meer hoeft te werken, maar dat is niet zo. Na verloop van een paar jaar moest Kees toch wel weer solliciteren van het UWV. Maar, hij was optimistisch, want misschien werd ie wel directeur van een club die mensen in Gelderland aan werk kon helpen. Hij hoopte het van harte, blakend van zelfvertrouwen kwam hij hier de dag vóór het sollicitatiegesprek overnachten. En verdomd, Kees werd directeur. En het beviel hem wel hier bij mij in het grote Velpse huis, dus besloot hij wat langer te blijven.

Sedertdien rijdt ie zich het vuur uit de sloffen om voor werkzoekenden in Gelderland de goudaders voor werk her en der aan te boren. Van Doesburg naar Apeldoorn, van Nijmegen naar Druten. Vergaderingen met werkgevers in de gemeente Rheden, met die van Arnhem, overleg met directeuren van bibliotheken, discussies met werkzoekende jongeren, stafbesprekingen op kantoor en ga zo maar door.

Ooit leerde ik, dat je zorg kan verlenen op eerstelijns niveau, maar ook op tweedelijns niveau. Het tweedelijnsniveau leek mij niks: al dat overleg en je zit veraf van je doelgroep. Kees zit op het tweedelijns niveau. Een moeilijke positie: je moet maar afwachten of je gesprekspartners iets (werk) te bieden hebben. Maar Kees heeft geduld, Kees blijft er altijd in geloven. Hoe houdt een mens dat vol?  Nou ja, dat is typisch Kees. Zijn Bourgondische levensstijl compenseert de saaiheid van al dat praten. En gelukkig maar, want geen overleg zonder hapje en drankje. Dus laveert ie in de loop van de week van borrel vooraf naar borrel achteraf; of hij moet dineren met directeuren van metaalwarenbedrijven. Of, als ie wat meer moet recreëren, gaat ie in zijn geliefde Brabant uitblazen door een potje te golfen. Op z’n tijd pakt ie het vliegtuig naar Portugal of Spanje, omdat volgens Kees daar de mooiste golfterreinen liggen en omdat de zon daar het lekkerste schijnt.

Maar er is nog iets veel belangrijkers wat Kees op de been houdt: de liefde. Kees houdt van vrouwen. Jong of oud, dat maakt niet uit. Hij is tegenover iedere vrouw allercharmantst. In deze maatschappij met zijn vele geëmancipeerde vrouwen zou je verwachten, dat zij aan zijn geflirt geen boodschap hebben. Maar dat is beslist niet het geval. Hoe Kees het doet, doet ie het, maar met zijn 61 jaar kan ie nog aan iedere vinger een vrouw krijgen die wel  degelijk van zijn avances gecharmeerd is. Ik kijk ernaar en ben jaloers. Ik verwacht bij voorbaat, dat een vrouw niet van mooie praatjes gediend zal zijn. Vroeger zat ik wel eens met mijn broer zaliger op een plein achter de Bavo in Haarlem. Pim kon in het wilde weg vanuit zijn terrasstoel iets naar vrouwen gaan roepen wat toch in de verte leek op ‘ze het hof maken’. Tenenkrommend! Maar bij Kees is het anders, hij is echt in die andere mens geïnteresseerd. En dat is het met hem: hij geeft om anderen.

Vandaag zag ik hem lopen bij de Overtuin. Dit keer keek hij niet op of om, maar tuurde op zijn onafscheidelijke mobiel. Bijna stond ie stil ter hoogte van de Action. Wat moest Kees bij de Action? Helemaal geen winkel voor hem. Plotseling wist ik het: hij ging de bedrijfsleiding daar opzoeken: heb je nog banen voor werkzoekenden? Ik wed, dat ze geen ‘nee’ tegen Kees konden zeggen.