ZONDER TITEL
Flarden van woorden
Steken als graten in m’n keel
Liefde kan ik niet verwoorden
Noch vreugde noch verdriet
Noch hartstocht noch pijn
Noch zweet noch tranen
Noch glimlach noch kus
Noch streling noch verwijt
Noch belofte noch spijt
Te houden van…
Flarden van woorden
Steken als graten in m’n keel
Liefde kan ik niet verwoorden
Noch vreugde noch verdriet
Noch hartstocht noch pijn
Noch zweet noch tranen
Noch glimlach noch kus
Noch streling noch verwijt
Noch belofte noch spijt
Te houden van…
ANONIEM
Je naam mag ik niet noemen
Godin in rivierenpolderland
Kleine krullen omkransen je
Je zweeft een nymf boven je bloementuin
Ik woel door je krullen
Ik kus je op je mond
Ik kus je op je wangen
Ik kus je achter je oorlellen
Ik kus je in je hals
Ik kus je langs je sleutelbeen
Ik kus je op je schouders
Ik kus je boven je borsten
Ik ben voorzichtig
Ik kus je tenen
Ik kus je voeten
Ik kus je
Nog een lange weg te gaan
2 LITER W
Eén liter W
Nog één liter W
En Weg ben je
Voorgoed Weg
WOORDENSTROOM
Kraan waar geen druk op staat
Langzaam loop ik leeg
Woord na woord
En mis de zin
En onzin tegelijk
Niet meer dorstig
Sta ik droog
Leef een kaktusplant
Met stekels
In een zanderige plantenbak
Zonder titel
Nu ik de puinhoop achter me heb gelaten
Beland ik in de stilte van de verveling.
Lig ik plat op mijn rug op bed
En luister of ik boodschappen hoor
Uit een ander universum
Is er nog een opdracht
Of is er alleen maar leegte?
DEMENTIE ?
Sleutels………………………..vergeten
Naam…………………………..vergeten
Recept……………………………vergeten
Adres………………………….vergeten
Wachtwoord…………………….vergeten
Portemonnee…………………vergeten
Pasje………………………………..vergeten
Verjaardag…………………………vergeten
Kleinkind ……………………….vergeten
VERSTIKKING
Verdwaald in woorden worden we beetje bij beetje gek
Vergeten wat we voelen en verzuipen in de ratio
Dwaas geworden hangen we over het tafelwit
En menen te communiceren en van elkaar te leren
Helaas we stikken in ons eigen gelijk
En in het ongelijk van de ander!
ACHTELOOS
Mobiel in de hand en whatsapp ingesteld
Stond verstand op nul en blik op display
Dus jij had het nakijken, stond erbij
En keek ernaar
Pikte het niet en pakte me in
Met kritische woorden
Doordrenkt van pijn
Door achteloos gedoe op een dingetje
Een twee drie ff een berichtje
Een niemendalletje
Dat stoort je toch niet
Jawel, het doet verdriet
Moet de asshole door het stof
Ach laat maar, moet nog veel leren
Om achteloos in achting te doen verkeren
AERDTSE MENSEN
Ik hou van Aerdtse mensen
Die hebben niets te wensen
Ze leven in Aerdts Paradijs
De appelbomen verscholen in het groen
Daar wil hier niemand aan komen
Tenzij bij de oogst:
Wie plukt sluit zijn ogen
De eerste mens werd zwaar bedrogen,
Ooit, in ‘t Aards Paradijs
AFIJN
Zoals jij AFIJN zegt is er geen een
Met beslistheid en esprit
Een vleugje humor op je tong
En de schittering in je ogen
Er gaan nog veel woorden komen
En geen daarvan is gelogen
Je lieflijkheid staat buiten kijf
Nee niemand heb jij ooit bedrogen
Ach, zoek woorden van liefde
Geef me je hand en wandel
Met me naar het paarsgroene veld
Om elkaar te beminnen
En eeuwig te strelen
Ergens moeten we toch beginnen…
ALLERLIEFSTE
Allerliefste
Allerbescheidenste
Allerdapperste
Allervriendelijkste
Je vraagt me om
Een compliment
Een uiting van waardering
Maar woorden, ach
Ze schieten te kort
Als slap aftreksel
Van wat mijn hart en ziel
Voortdurend zijn:
Doortrokken van liefde
Voor jou
Velp, 31 maart 2017
DAG EN NACHT
Je slaapt, mijn lief, ver weg,
En ik, ik luister naar mijn vriend op NPO 5
Die gedichten declameert van Kopland
Over een hek en paarden en omarming
Tezamen armen om elkaar handen op de aarde gedrukt
Bij elkaar en de paarden drukken tegen het hek
Je bent niet hier en dat is gek
Want eigenlijk ben je hier steeds
Je beheerst mijn dag mijn nacht
Ik sta met je op en
Ga met je naar bed
Maar jij bent er niet en slaapt
Hoe lang nog?
KRULLETJES
krulletjes krulletjes krulletjes
krulletjes krulletjes
krulletjes
overal omkransen
je lieve gezicht
je bruine craquelé huid
sterretjes sterretjes
je stralende ogen
op mij gericht
die leven geven
mij
WOORDENSTROOM
Langzaam loop ik leeg
Woord na woord
En mis de zin
En onzin tegelijk
Niet meer dorstig
Sta ik droog
Leef een kaktusplant
Met stekels
In een zanderige plantenbak
VERVEELD
De puinhoop ligt achter me
In de stilte van de verveling ben ik beland
Plat op mijn rug op bed lig ik
En luister of ik boodschappen hoor
Uit het andere universum
Is er nog een opdracht
Of is er alleen maar leegte?
LENTE
Duizend kussen dalen neer op je rug en billen
O ik kan natuurlijk ook tegelijkertijd
Borsten en buik strelen willen
Maar ik ben een manmens
En kan maar één ding tegelijk
Ik ben de lenteregen aan je achterzijde
De heuvels voor moet ik mijden
Er komt een dag
Dat ik je echt berijden mag
komen we niet meer van elkaar los
Ruiter en wild ros
Zonder angst voor valpartijen
Paren hartstocht aan liefde
Eén grote bloemenpracht
Waarin jij en ik verzinken
LIEF KOPPIE
Je houdt je koppie schuin
Als de koolmees in je vogelhuis
En wipt van kruimel naar kruimel
En houdt zijn koppie schuin
Jij zegt: snij nog een boterham in stukjes
Hij heeft honger
En ik heb je lief
Snij de boterham in stukjes en
Verlang dat je je liefde met mij deelt
Desnoods met een boterham in stukjes
Je houdt je koppie schuin als ik dat zeg
Mijn hart doet raar zoals een verliefd hart doet
Je bent de jonge meid die naar me lacht
En straalt en ik straal terug en lach
Om de blijdschap die we delen
En ik blijf hopen:
Hou van mij…
LIEFDE KRUIPT WAAR ZE NIET GAAN KAN
Dieper kruip ik onder je huid
Jij onder de mijne
Waar komen we uit?
Bij het hart dat sneller klopt
Dan ooit en dat bonst en bonst
En overgave wil
Aan wat liefde heet
Te lang genegeerd
Liefde met passie gemengd
Waar niet angst voor hartstocht
Schaamte voor geuren
Vrees voor omstrengeling heersen
Maar waar verlangen meester is
Om voor even in elkaar te vervloeien
Zoals rivieren samenstromen
In een machtige delta
Breed, Deinend, Golvend, Onstuimig
Niet te temmen dan door hoge dijken
Die de koers aangeven:
Naar de zee, naar de oceaan, naar de onmetelijkheid
WIJ
Een ochtend in liefde
We wisselden woorden
Spraken over begeerte en lust
Maar liefde en streling waren belangrijker
Ik sprak nog over drempels overgaan
Maar jij zei: het is zo goed, mijn lief
MONDAY BLUES
Een grauwsluier hangt voor de zon
Die gisteren nog stralend mij verblijdde
Terwijl ik met mijn lief slenterde langs de zee
Wijn dronken we op het terras.
Het warm gele gevaarte eerde ik
Met mijn rode kop naar hem opgeheven
Mijn vingers omstrengelde haar hand
Verzadigd vloog vreugde
Van de een naar de ander
Vice versa en weer terug
Blije mensen om ons heen
Her en der een hond
Die in de branding sprong hoopvol
Op weg naar Engeland
Wat kan je meer nog wensen
Bij zoveel genegenheid
Gevat in het gouden licht
Van haar zon?
BED AND BREAKFAST MELODY
Een hazewind gezwind ren ik door het huis
Sommigen denken: het is zijn kruis
Zijn heilig moeten wordt zijn dood
Ik denk slechts: ze moeten thee en brood
MULTIVERSUM
Soms zijn mijn gedachten gitzwart
Een tunnel naar de dood
En de angst dat te zeggen hier
En nu toch maar doen
Dan valt het misschien wel mee
Hawking’s multiversum:
De ultieme troostgedachte
Dood: je blijft er in maar bent ook weg
Niets blijft de mens bespaard:
Hij moet toch ergens weg zien te komen
Ik wil op de grens van het Al
Verdwijnen zoals een fruitvlieg
In kostbare witte wijn verdwijnt
Ultiem delirium van gulzigheid
Daar moet ergens mijn einde zijn
Zonder titel
Verpletterd lig ik op de grond
Denk aan je
Voel je tot diep in mijn ziel
Je woorden
Je kussen
Je omhelzingen
Je strelingen
Je vermaningen
Je liefkozingen
De zachte drang van je stem
De krulletjes van je haar
De brede lach van je mond
De stralende vreugde van je ogen
Je liefde verplettert me
Je liefde omvat me
Je liefde draagt me
Je liefde wijst me de weg
Je liefde bevrijdt me
Hou me vast
Gooi me weg
Verslind me
Verruil me
Vernieuw me
Bouw me om
Doe met me wat je wil
Verzeker me van één ding:
Heb me lief, mijn lief
WOORDEN
Woorden vloeien uit mijn pen
Als tranen uit mijn ogen
Nooit heb ik gelogen voor wie
Ik liefheb wil ik weten
Alles te willen geven uit mijn hart
Stralende groenblauwe ogen
Die nooit hebben gelogen
Maar alleen van liefhebben weten
Tot het einde
Weg de smart
VUURBAL
Nooit zag ik hem
De vuurbal
De rollende bliksem
Door de wei
Maar niet nodig
Ik voel hem rollen
Voor de lief die ik min
De tollende vuurbal in mij
EENMAAL EEN SCHOFT
Een roofridder ben ik geworden
Eenmaal ontsnap aan rooms gehuichel
Stort ik me op opgedrongen kuisheid
Besmeurde haar met zaad
Uit mijn koker en
Heers met hartstocht
Over onschuld en onnozelheid
De schaamte ver voorbij
Taal niet meer naar zondigheid
Deugd bestaat niet
Braafheid is taboe
Weg met geneuzel over zonde en hel
Je weet het:
De hel is hier
Branden doen we toch wel
Nu en altijd smoort passie
Een geweten hebben
Van wat ooit netjes was
HET KIND
Diep daal ik af in mijn ziel
En vind het bange kind
Verscholen in spelonken van angst
Zo ver als mogelijk weggedoken
Spreken kan het niet
Angstklanken stoot het uit
Of huilt, ontroostbaar
Dan neem ik het in mijn armen
En kus het zacht de tranen weg van z’n gezicht
Ik heb je gevonden
En neem je mee
En breng je naar het licht
Want jij bent mij al heel mijn leven
Ach jezus, ik voel je beven
Maar geen vliegtuig
Zal je bedreigen
We zijn veilig
Echt: er heerst hier vrede!
PARADIJS BARNEVELD
Jij neukt haar nu en dartelt met haar in je blootje
Op je kakkers landgoed in de groene wei
Op de biblebelt: hoe durf je?
Ik alleen had haar lief
Ik alleen sliep met haar
Totaal omstrengeld
Ik koesterde haar, zorgde voor haar
Bracht haar bloemen en liters witte wijn
We vlogen zelfs naar Bahrein
Er was niets anders meer dan zij
Mijn faillissement ben je
Mijn liefde werd rotzooi
Voor het afvalcentrum:
Meneer, waar is uw pasje?
Ik zet de troep voorzichtig neer bij Switch
Ooit was het mooi
Niet banaal zoals jullie nu elkaar achterna rennen
In verouderd Adam-en-Eva-kostuum
Met in je hand een giftige appel:
Stik erin!
Zonder titel
Altijd vind je: ik word tekort gedaan
Altijd vind je: ik heb verloren
Altijd vind je: ik ben haar kwijt
Altijd vind je: ‘k kan niet bekoren
Nooit weet je dat velen je mogen
Nooit weet je je geborgen
Nooit weet je koestering te waarderen
Nooit weet je: ik zal voor je zorgen
Je moeder is verleden tijd
Ooit was ze er alleen voor broer
Voor jou een zekerheid
Met mij ga je verder door het leven
Samen kunnen we het aan
Anderen zullen ons liefde geven
STRIJDBARE BEJAARDE!
Er tegenaan bejaarde: laat je niet kisten
In je hart en hoofd moet het gisten
Schittert de spirit uit je ogen
Okay, ook al ben je vaak bedrogen
Staak nooit de strijd voor een menselijk bestaan
O ja, jongeren roepen: Ervoor gaan!
Desnoods achter de rollator of in de scootmobiel
Al ben je nog zo oud en fragiel
Val nooit ten prooi aan: ”het doet er niet meer toe”
Dat blijft altijd een leugen als een koe!
HET KLEINE KIND
Klein kind
Verlies